Begrippen

Uitleg van pensioenbegrippen

Als je een klein pensioen hebt opgebouwd, mag het pensioen worden afgekocht. Je ontvangt dan een eenmalig bedrag. Je ontvangt hierna geen pensioen meer van de pensioenuitvoerder. De pensioenaanspraak kan 2 jaar na je uitdiensttreding worden afgekocht, deze moet dan wel lager zijn dan het wettelijk maximum. 

De Anw (Algemene nabestaanden wet) is een uitkering van de overheid aan nabestaanden. Deze uitkering kan je partner na je overlijden bovenop onze uitkering(en) ontvangen. Je moet aan voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor deze uitkering. Meer informatie vind je op www.svb.nl

De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een volksverzekering voor mensen die in Nederland hebben gewoond of gewerkt. Je krijgt een volledige AOW als je in de 50 jaar voor je AOW-leeftijd altijd in Nederland hebt gewoond of gewerkt. Wanneer je je AOW-leeftijd hebt bereikt, ontvang je de AOW-uitkering. Heb je buiten Nederland gewoond of gewerkt? Dan heb je waarschijnlijk minder AOW opgebouwd. De overheid houdt dan per gemist jaar 2% in op je AOW uitkering. Meer informatie vind je op www.svb.nl

Banksparen is een fiscaal vriendelijke manier om aanvullend pensioen op te bouwen. Je betaalt over deze spaarrekening geen belasting, maar je mag het kapitaal slechts voor specifieke doelen gebruiken, waaronder het aanvullen van je pensioen.

De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad van de laatste 12 maanden. 

Het bijzonder partnerpensioen is een losgekoppeld deel van het partnerpensioen. Het bijzonder partnerpensioen is bedoeld voor je ex-partner. 

Bij een CDC-regeling bouwt een deelnemer pensioenrechten op in een uitkeringsovereenkomst. De werkgever betaalt een vaste pensioenpremie. Als in enig jaar de beoogde opbouw niet betaald kan worden uit de ingelegde pensioenpremies, moet de opbouw worden verminderd. De werkgever heeft geen verdere verplichtingen en hoeft bijvoorbeeld bij een tekort niet bij te storten. Het risico van eventuele tekorten ligt dus bij de deelnemer.

Bij conversie wordt de waarde van het verevende ouderdomspensioen én het bijzonder partnerpensioen (waar de ex-partner recht op heeft na de scheiding) omgezet in een zelfstandige aanspraak op ouderdomspensioen voor de ex-partner.

Het is mogelijk om met deeltijdpensioen te gaan. Deeltijdpensioen is een vorm van pensioen waarbij de deelnemer voor een deel met pensioen gaat en voor een deel blijft werken. Er wordt dan nog pensioen opgebouwd over het aantal uren dat wordt gewerkt. 

De dekkingsgraad is de verhouding tussen het vermogen van het pensioenfonds en de waarde van de toekomstige pensioenverplichtingen (zonder toekomstige indexatie). De dekkingsgraad is de graadmeter voor de financiële gezondheid van het fonds. 

DNB staat voor De Nederlandsche Bank. Deze instantie houdt toezicht op pensioenfondsen, banken en verzekeraars.

Voor de opbouw van pensioen wordt premie betaald. Voor iedereen wordt hetzelfde percentage van het jaarsalaris afgedragen, ongeacht hoeveel pensioen je opbouwt. Dit is de doorsneepremie. 

De eigen bijdrage is het deel van de pensioenpremie dat de deelnemer zelf voor zijn of haar pensioen betaalt. Dit noemen we ook wel ‘deelnemersbijdrage’ of ‘werknemersbijdrage’.

De factor A is een aanduiding voor de pensioenaangroei in een bepaald kalenderjaar. Deze factor A heeft de deelnemer nodig om uit te rekenen hoeveel lijfrentepremie hij/zij maximaal van de inkomstenbelasting kan aftrekken. In het pensioenoverzicht van de deelnemer vermelden we de persoonlijke factor A of pensioenaangroei.

Omdat je later ook AOW via de overheid ontvangt, hoef je niet over je hele pensioengevend salaris pensioen op te bouwen. Daar wordt een bedrag van afgetrokken: de franchise. Dit is een vast bedrag dat elk jaar opnieuw wordt vastgesteld.

Sinds 1 juli 2018 is Pensioenfonds Ernst & Young een gesloten pensioenfonds. Dit betekent dat de werkgevers geen premie meer afdragen aan ons pensioenfonds voor deelnemers in actieve dienst. Kortom, er wordt sindsdien geen nieuw pensioen meer opgebouwd. Het pensioen dat in het verleden is opgebouwd, wordt nog wel door het pensioenfonds beheerd. En wie met pensioen gaat, ontvangt een pensioenuitkering van ons.

De haalbaarheidstoets is een toets, die wordt uitgevoerd over een periode van 60 prognosejaren. Het doel van deze toets is om de ontwikkeling van de koopkracht van het pensioen inzichtelijk te maken.

Indexatie is het verhogen van de pensioenen volgens een bepaalde index. Dat kan een vast percentage zijn, maar het percentage kan ook afgeleid zijn van het loonindexcijfer of prijsindexcijfer. Het doel van indexatie is het min of meer waardevast houden van het pensioen.

De lijfrente is een periodieke uitkering van de lijfrenteverzekering. De reeks uitkeringen wordt tijdelijk of levenslang aan de verzekerde betaald zolang deze in leven is. De uitkering is zogezegd dus verbonden aan ‘het lijf’ van de verzekerde. 

De middelloonregeling is een soort pensioenregeling, waarbij je pensioen gebaseerd is op je gemiddelde salaris tijdens je loopbaan. Ieder dienstjaar wordt met het overeengekomen percentage van de pensioengrondslag (het pensioengevend salaris minus de franchise) het pensioen opgebouwd. Als je meer gaat verdienen, ga je vanaf dat moment ook meer pensioen opbouwen. 

Een nabestaande is de echtgeno(o)t(e) of erkende partner van een overleden (gewezen) deelnemer of pensioengerechtigde van de pensioenregeling. 

Het opbouwpercentage is het percentage van de pensioengrondslag (het pensioengevend salaris minus de franchise) dat elk jaar aan pensioen wordt opgebouwd. 

Het pensioen dat je vanaf je pensioneren totdat je overlijdt krijgt. 

Pensioenfonds Ernst & Young verstaat onder een partner degene met wie de deelnemer is getrouwd of een geregistreerd partnerschap heeft. Ook als een deelnemer samenwoont, kan de partner recht hebben op het partnerpensioen. Je moet dan een notariële samenlevingsovereenkomst afgesloten hebben. Ook moet je je partner hebben aangemeld bij het pensioenfonds.

Dit is het pensioen wat na je overlijden aan je partner wordt uitgekeerd. Zolang je partner leeft zal hij/zij deze uitkering ontvangen.

Dit is je aanspraak op je pensioen. Het is het brutobedrag dat de (gewezen) deelnemer in de toekomst als periodieke pensioenuitkering tegemoet kan zien.

Dit is de ingangsdatum van het ouderdomspensioen.

Dit is de leeftijd waarop aanspraak kan worden gemaakt op het ouderdomspensioen.

Het pensioengevend salaris is het salaris dat wordt meegeteld voor je pensioenopbouw. Het pensioengevend salaris is 12,96 x het bruto fulltime maandsalaris. Er zit een maximum aan het pensioengevend salaris. Dat maximum wordt ieder jaar een klein beetje hoger. In 2018 was het maximum € 103.317,-.

De pensioengrondslag is je fulltime pensioengevend salaris minus de franchise. De pensioengrondslag is het deel van je salaris waarover je pensioen opbouwt. Als je parttime werkt, wordt de pensioengrondslag nog vermenigvuldigd met het parttimepercentage.

In het pensioenreglement is de pensioenregeling vastgelegd.

Pensioenuitvoerders zijn pensioenfondsen en verzekeraars die een pensioenregeling uitvoeren.

Bij een premieovereenkomst staat de inleg (de premie) vast. De uitkomst is variabel. De vaste premie wordt belegd. Er worden geen afspraken of ambities vastgelegd over hoeveel pensioen dit uiteindelijk op gaat leveren. Een premieovereenkomst neemt dus meer risico met zich mee.

In de pensioenregeling van Pensioenfonds Ernst & Young is de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid opgenomen. Dat houdt in dat bij gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid de verzekeraar de premie geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening neemt. De pensioenopbouw wordt dus (gedeeltelijk) voortgezet.

Een prepensioen is een tijdelijk ouderdomspensioen. Het prepensioen is bedoeld om vervroegd met pensioen te gaan. Tot 2007 had Pensioenfonds Ernst & Young een prepensioenregeling.

Met de rekenrente bepalen pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen. De rekenrente wordt maandelijks gepubliceerd door DNB.

Het te bereiken pensioen is de pensioenaanspraak die behaald kan worden als tot de pensioengerechtigde leeftijd aan de pensioenregeling van Pensioenfonds Ernst & Young wordt deelgenomen, gebaseerd op de op dit moment bekende gegevens.

UFR staat voor Ultimate Forward Rate. Dit is de rekenmethode die DNB hanteert voor het berekenen van de rekenrente met een looptijd van langer dan 20 jaar.

Geeft het karakter aan van de pensioenovereenkomst. De pensioenregeling van Pensioenfonds Ernst & Young is een uitkeringsovereenkomst. Dat betekent dat er een pensioenuitkering wordt vastgesteld.

Uitruil is de mogelijkheid om een deel van het partnerpensioen of het hele partnerpensioen dat je hebt opgebouwd om te zetten in extra ouderdomspensioen. Of andersom. Heb je een partner, dan moet hij of zij hiermee instemmen.

Elke pensioenuitvoerder is verplicht het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) te verstrekken aan haar deelnemers. Je vindt hierop een overzicht van je pensioenaanspraken. Het UPO ziet er inhoudelijk bij alle pensioenuitvoerders in grote lijnen hetzelfde uit.

Na een scheiding wordt het pensioen volgens de wet  verevend. Bij verevening krijgt de ex-partner recht op een gedeelte van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens de duur van het huwelijk.

Als je een nieuwe baan krijgt, kun je je opgebouwde pensioen meenemen naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Dit heet waardeoverdracht. De overdrachtswaarde wordt door de nieuwe pensioenuitvoerder omgezet in extra pensioen.

Als de stijging van het pensioen gelijk opgaat met de inflatie dan is het pensioen waardevast. De koopkracht van het pensioen blijft op die manier gelijk.

Dit is het pensioen wat na je overlijden aan je eventuele kinderen onder 21 jaar wordt uitgekeerd. Als het kind studeert of voor 45% of meer arbeidsongeschikt is, geldt de leeftijd van maximaal 27 jaar. Daarna stopt het wezenpensioen. Zolang je bij EY of HVG Law werkte én pensioen opbouwde bij Pensioenfonds Ernst & Young, was er voor je kinderen een wezenpensioen verzekerd. De pensioenregeling bij Pensioenfonds Ernst & Young is per 1 juli 2018 gestopt. Daarom is er geen wezenpensioen meer verzekerd bij het pensioenfonds.